Diagnose longembolie



De diagnose longembolie is van buitenaf niet te stellen. Op basis van het klachtenpatroon kan echter wel een groot vermoeden ontstaan. Er is echter altijd aanvullend onderzoek nodig om de aandoening met zekerheid vast te stellen. De behandelend arts zal beginnen met een anamnese (vragen m.b.t. levenspatroon e.d.) en lichamelijk onderzoek. Verder zal er worden verricht:

  • Bloedonderzoek
    In het bloed kan een D-dimeer test gedaan worden met het sample. Met deze test worden afbraakproducten van de stolling in het bloed gemeten. Als deze waarde verhoogd is, bestaat er een verhoogde kans op een longembolie
     
  • Echo

  • Perfusiescan
    Door middel van radioactieve straling kan de functie en doorbloeding van de longen worden beoordeeld
     
  • CT-scan
    De CT-scan geeft dwarsdoorsnedes van het lichaam en stuurt deze door naar een computer. Door middel van contrastvloeistof kan de doorgankelijkheid van de bloedvaten worden gemonitord.
     
  • MRI-scan
    Een scan dat met behulp van magnetische straling hele nauwkeurige beelden van het lichaam kan maken.
     
  • Röntgenfoto
     
  • ECG (Hartfilmpje)
     
  • Wells-score
    De Wells-score kan worden gebruikt om te bepalen hoe groot de kans is dat er sprake is van een longembolie.
    • Klinische tekenen van een diep-veneuze trombose (DVT) -> 3 punten
    • Longembolie waarschijnlijker dan alternatieve diagnose -> 3 punten
    • Hartfrequentie boven de 100 slagen per minuut -> 1,5 punt
    • Immobilisatie (weinig beweging) of grote operatie < 4 weken geleden -> 1,5 punt
    • DVT of trombose in voorgeschiedenis -> 1,5 punt
    • Hemoptoe (bloed ophoesten) -> 1 punt
    • Maligniteit (kwaadaardige tumor in lichaam) -> 1 punt
       
    Bij de Wells-score krijgt elk hierboven genoemd kenmerk, de hoeveelheid punten die erachter staat. Bij een Wells-score boven de 4 is een longembolie waarschijnlijk en dient er zeker aanvullend onderzoek te worden verricht.


© 2014 Longembolie.info, Alle rechten voorbehouden